https://www.science.org/doi/10.1126/science.abq2834
"These data push back the oldest evidence of C4
grass–dominated habitats in Africa—and globally—by
more than 10 million years, calling for revised
paleoecological interpretations of mammalian evolution."
By more than 10 million years.
"Grasses using the C4 photosynthetic pathway are
ubiquitous across Earth’s low to mid-latitudes,
dominating modern tropical lowland grassland and
savannah ecosystems."
"Every site yielded some paleosol samples with
d13C values indicating that standing biomass
was a mixture of C3 plants and water-stressed
C3 and/or C4 biomass (Fig. 2A)(16, 17)."
Water stressed. Do you understand?
:-DDD
As everybody knows, the hominoid LCA c 20 Ma split in S-Asia into lesser (hylobatids, c 20 spp) & great apes (7 spp): only chimps (via S-Afr.Rift africanus->robustus->Pan) & gorillas (via N-Afr.Rift afarensis->boisei->Gorilla) live in Africa: late-
Miocene hominids still lived in Red Sea forests.
Google
-GondwanaTalks verhaegen
-WHATtalk verhaegen
My book p.73:
Morotopithecus (~21 Ma, ~40 kg) had een groot gebit en schedel gelijkend op Afro- en Heliopithecus hieronder: brede neus, grote kaakholtes, lang gelaat met een lange rij kiezen met dik kiesglazuur (met kammen voor bladeten, denkt Laura MacLatchy),
vooruitstekende snijtanden en massieve hoektanden (maar zonder Afropithecus' saki-achtige specialisatie, zegt Andrew Deane). De dijbotkop was ‘primitief’ zoals bij hondapen (boventakkers), maar de dijschacht was kort en uitzonderlijk zwaar (nog
zwaarder dan bij lori’s en orangs, trage hangklimmers – erg zware pootbotten zie je bij zeeotters, nijlpaarden en Pakicetus, een vermoedelijk-wadende oerwalvis). Er waren blijkbaar 7 of 6 lendenwervels zoals bij de meeste apen en Proconsul (mensen en
gibbons ~5, grote-mensapen ~4), maar de erg ‘lage’ lendenwervels, de lange doornuitsteeksels achteraan de wervels, en de zoals bij ons naar achteren opgeschoven stevige dwarsuitsteeksels (processus transversi, Sanders 1993) doen denken aan een stijf
opgerichte romp, voor tweebenigheid volgens Aaron Filler – ik denk verticaal klimmen en waden en misschien drijven in waterbos. De begeleidende fauna wees op een soort dambo, zegt Brigitte Senut: drasland vol biezen en zeggen, dat in het natte seizoen
sterk onderwater staat. Martin Pickford twijfelt of de zware dijbotten en ‘moderne’ wervels wel bij de schedel horen, en volgens Masato Nakatsukasa leek het dwarsuitsteeksel onafhankelijk van ons naar achteren verschoven (in parallel), of varieerde
de plaatsing van wervel tot wervel.
Afropithecus (~16 Ma) geleek op Morotopithecus, lag ook bij waterdwerghertjes, varieerde ook sterk in gewicht, had een erg lang gelaat, zoals sommige veel vroegere en kleinere Fayyūm-apen (Aegyptopithecus, Saadanius), met ondiep verhemelte, grote, brede,
spatelvormige, vooruitstekende bovensnijtanden, de middenste veel groter dan de tweede (zoals bij orangs), rechthoekige tandenboog en heel forse kiezen met nogal dik gerimpeld glazuur en afgeronde knobbels (bunodont). Hun sterke hoektanden waren saki-
achtig (sclerocarp): kraakten ze harde vruchtdoppen? Hun ovale oogkassen, stevig omrand, stonden opvallend uiteen: hielpen grote neusholtes hun ogen, mond en neusgaten boven water? Ze leken nog vooral boventakkers, met forse grijphanden, volgens sommigen
in tropische bossen met bladverlies in het droge seizoen. De iets kleinere ‘Saudi Ape’ (Helio- of Afropithecus leakeyi 18 of 17 Ma) lag in tropische kustafzettingen van de zuidelijke Tethys, nu de Perzische Golf.
--- SoupGate-Win32 v1.05
* Origin: fsxNet Usenet Gateway (21:1/5)